De missie van de food e-vangelist

De missie van de food e-vangelist

Onderzoeksbureau Ketchum signaleert een voorhoede van gezondheidsbewuste ‘food e-vangelists’. De groep voorlopers is bewust bezig met ingrediënten, producenten en transparantie. De vraag dringt zich op of deze groep invloed op de voedselproducent kan uitoefenen.

Valt daar zomaar een onderzoek naar foodies op de digitale deurmat. Uitgevoerd door Ketchum*. Een onderzoek dat ook wel wat vragen opwerpt. Maar laten we het eerst eens nader bekijken. Ketchum heeft in het onderzoek, Food 2020 getiteld, de foodies ontdekt. Of, zoals het bureau ze definieert: ‘The Food e-Vangelists’. (Het Nederlandse ‘voedselevangelisten’ klinkt aanzienlijk minder mooi.) Volgens Ketchum bestaat deze groep uit zo’n 11 procent van de bevolking. U vindt ze vooral onder vrouwen, bij mensen onder de 35 jaar en in de hogere inkomensgroepen. Op het ‘food’ terrein kenmerken ze zich door veel en vaak over eten te praten, regelmatig de beschikbare voedingsmiddelen - vooral de merken - te bekritiseren en dat, (natuurlijk, hèhè), op de social media doen. 

‘De food e-vangelist is primair met zijn,
of beter: haar gezondheid bezig’ 

Daar waar de foodies wellicht meer culinair gedreven zijn, is de food e-vangelist primair met zijn, of beter: haar gezondheid bezig. Ze kopen vaker vers en minder verwerkt. Ze zijn zeer geïnteresseerd in de handel en wandel van de aanbieders van voedingsmiddelen, al ligt het vertrouwen op een laag pitje. Ze zijn ook zeer actief in het verzamelen van informatie over voeding. Ze zien het als hun éigen verantwoordelijkheid om gezond te eten en niet zo zeer als de verantwoordelijkheid van de aanbieders. 

Voor de aanbieders van voedingsmiddelen hebben ze evenwel een belangrijke boodschap in de achterzak. Ze willen dat de producenten gezondere voeding gaan maken. Ze willen een volledige en transparante declaratie op de verpakkingen. En ze willen dat kwalitatief voedsel voor iedereen beschikbaar is. Oók voor consumenten met financiële nood (ik breek mijn hersens over wat ze hier nou mee bedoelen). En ten slotte: ze vinden dat aanbieders op het gebied van communicatie, vooral in de social media, een ‘better job’ moeten doen. Nu de vragen. 

In het onderzoek staat dat zo’n 11 procent van de bevolking behoort tot de food e-vangelists. Overigens staat ergens anders in het rapport dat dit 22 procent is, dus verwarrend is het wel. Misschien zijn de 11 procent wel alleen de jonge, goedverdienende vrouwen. 

‘Foodies en food e-vangelists
hebben beide wel wat te besteden’

De vraag is natuurlijk in welke mate deze 11 procent de voorlopers zijn van de rest van de bevolking. De eerder genoemde foodies verdenk ik van een meer hedonistische, elitaire en zich tegen de mainstream afzettende houding, waarbij lekker belangrijker is dan gezond en waarbij duurzaam, lokaal en klein meer iets is om dat gedrag te legitimeren. Bij de food e-vangelists daarentegen zie ik primair een gedrevenheid naar gezondheid. En waar ik denk dat de foodies blijven hangen in hun inner circle, verwacht ik van de food e-vangelist toch een bredere uitstraling naar andere bevolkingsgroepen.  Ik denk dat dit vooral komt omdat gezondheid de komende jaren een veel grotere rol gaat spelen dan lekker. 

Wat foodies en food e-vangelists gemeenschappelijk hebben is dat beide groepen wel wat te besteden hebben. En gezond eten (laat staan lekker eten) is nu eenmaal in de ogen van mensen duurder dan ongezond. Misschien daarom ook de eis van de food e-vangelists om gezond eten voor iedereen beschikbaar te maken, ook voor de groep met een kleine beurs. Noem het een soort rechtvaardigheidsgevoel. De Foodmonitor van deze week duidt overigens dat hier wel een conflict ligt.

 Een andere vraag. Hebben de food e-vangelists invloed op de voedselmarkt en op de aanbieders daarin? Daar lijkt het op. Waar de foodies zich afkeren van de grote voedselproducerende bedrijven, wil de food e-vangelist best in dialoog met hen. Hoewel het wantrouwen zoals gezegd groot is, is er toch ook niet veel afkeer: als ze in de toekomst maar gezondere producten gaan produceren en transparanter worden. En als we beseffen dat die grote ondernemingen met elkaar minstens 60 tot 70 procent van de markt hebben, een aandeel wat nog wel zal groeien ook, en als we merken dat er toch een omslag gaande is bij deze grote bedrijven om meer duurzaam (nog wel veel greenwashing) en meer op gezondheid te gaan innoveren, dan ontstaat langzamerhand een mooi voorland: gezond eten tegen een redelijke prijs.

 * http://www.ketchum.com/food-2020-consumer-ceo alwaar ook het hele rapport verkrijgbaar is

 

Bron: FoodforFood een initiatief van the food agency